De Electriciteitsfabriek vanaf het afvoerkanaal gezien, 1907 (Uit: De Ingenieur)

Op vrijdag 9 september 2016 verscheen de publicatie Adam Schadee, Haags Stadsarchitect (1891-1927)‘De groote zoon van de stad’. Het onderzoek en de samenstelling van de publicatie is uitgevoerd door Marcel Teunissen en Koos Havelaar. Het initiatief voor de publicatie komt van de nieuwe Stichting Publicaties Haags Erfgoed en wordt gerealiseerd in samenwerking met uitgeverij De Walburgpers en maakt onderdeel uit van de bekende Haagse VOM-reeks van de afdeling Monumentenzorg. HEP zal het industriële gedeelte van het oeuvre van de architect onder de loep nemen.

Adam Schadee is in de literatuur over gebouwd Den Haag tamelijk afwezig. Toch was hij als architect van de Dienst Gemeentewerken de ontwerper van beeldbepalende gebouwen in de stad. Veelal gaat de aandacht uit naar de bekende namen zoals Berlage, die uiteindelijk minder heeft betekend voor de gebouwde omgeving van Den Haag dan Schadee en zijn directeur I.A. Lindo. Met deze publicatie komt er duidelijk verandering in dit beeld en krijgt Schadee zijn verdiende plaats in de reeks Haagse stedenbouwers en architecten.

Schadee trad in 1891 als bouwkundige in dienst bij Gemeentewerken, een jaar nadat Lindo als directeur van de dienst was aangesteld. In die laatste jaren van de 19de eeuw ontwikkelde de stad zich zeer sterk. Grote uitbreidingen vonden er plaats in de vorm van nieuwe stadswijken, maar ook met het eerste ontworpen industrieterrein van de stad – de Laakhaven – werd een begin gemaakt. De Scheveningse haven zou kort erop volgen. Tegelijkertijd deden nieuwe technieken hun intrede en trok de gemeente een aantal verantwoordelijkheden naar zich toe. Zo werd besloten tot de oprichting van de Gemeente Telephoon, de Electriciteitsfabriek, kwam er een tweede Gemeente gasfabriek en in 1911 het Gemeentelijk Openbaar Slachthuis. Schadee was de ontwerper van deze grote complexen.

Schadee bracht zijn laatste levensjaren door in Parijs waar hij in 1937 overleed en werd begraven.