Fabriton betoncentrale Binckhorstlaan met op de achtergrond de productiehal van de firma Escher, ca. 1990.

Voorgeschiedenis en ontwikkeling van het grootste Haagse industrieterrein

Vrijdag 9 november werd in de Caballerofabriek het eerste exemplaar van de publicatie overhandigd aan burgemeester Van Aartsen. Na een welkom van de heer Ambachtsheer, hoofd afdeling Monumentenzorg en Welstand van de gemeente Den Haag, kreeg Koos de gelegenheid om een aantal karakteristieken van het verrassende gebied De Binckhorst te schetsen waarbij de nadruk lag op het industriële tijdperk. Burgemeester Van Aartsen gaf na het in ontvangstnemen van het boek een zeer persoonlijke reactie in relatie tot de historische band van de familie van Aartsen met het gebied. Vader Jan van Aartsen was wethouder Economische Zaken van de gemeente Den Haag in de periode 1949 – 1959. Dit was juist de periode waarin de ontwikkeling van De Binckhorst in een stroomversnelling kwam.

De voormalige gasfabriek met spoorbrug en op de achtergrond een restant van een gashouder, ca. 1985.

Het industrieterrein de Binckhorst kent een lange ontstaansgeschiedenis, die start aan het begin van de 20ste eeuw met de aankoop van de Binckhorstpolder door de gemeente Den Haag van de gemeente Voorburg. Na de vestiging in 1907 van de tweede Gemeentelijk Gasfabriek in deze polder is het gebied lange tijd grotendeels onbebouwd gebleven. Door de opstelling van de NS, die een groot deel van het terrein in eigendom kreeg, en de vestiging van de begraafplaats St. Barbara verliep de ontwikkeling ook anders dan was voorzien.
De Binckhorst kreeg begin jaren 20 van de 20ste eeuw als vervolg op het succes van de nabijgelegen Laakhaven de bestemming industrieterrein. Het duurde echter nog tot in de jaren 50 voordat het gebied tot ontwikkeling kwam. De gemeente speelde hierbij een prominente rol door onder meer in opdracht fabriekshallen te laten bouwen. Het is het tijdperk van de wederopbouw en de jaren van de industriepolitiek. Dit had tot gevolg dat zich diverse middelgrote en grote industriële bedrijven in de Binckhorst vestigden.

De samenstelling en het gezicht van de Binckhorst veranderde al in de loop van de jaren 60 door sluiting van de gasfabriek vanwege de komst van het aardgas. Ook andere industriële vestigingen sloten hun poorten of vertrokken naar nieuwe industrieterreinen buiten Den Haag. Het typisch jaren 50 industrieterrein onderging een transformatie naar een overloopgebied voor allerhande functies en diensten.

De laatste jaren is de opkomst van creatieve bedrijven in het gebied opmerkelijk. Zij vonden hun plek in leegstaande bedrijfscomplexen, zoals de Laurensfabriek (Cabfab), de PTT-gebouwen (Binck36) en andere meer kleinschalige fabriekshallen. De karakteristieke industriële bebouwing blijkt een inspirerende vestigingsplaats voor deze nieuw stedelijke bedrijvigheid.
Een inventarisatie van het industrieel erfgoed, die onderdeel uitmaakt van de publicatie, geeft hiervoor aanknopingspunten. Het is niet alleen industrieel erfgoed dat resteert, maar ook het kasteel de Binckhorst, het spoorwegviaduct, de begraafplaats St. Barbara en andere waardevolle locaties en objecten.

In de historische ontwikkeling van meer dan een eeuw wordt ook het laatste decennium meegenomen van planvorming; ideeën lancering, herbezinning en opnieuw plannen maken. Daarbij wordt ook de complexiteit van de materie van het stedelijke industriegebied, gesitueerd aan de rand van het centrum, geanalyseerd.